dorpje de_school
info
mail

 

Voorzichtig peuterde Mart de paarse envelop open. Nee, dat ging niet goed. Het papier begon te scheuren. Stoom, dat was wat hij nodig had. Met stoom kon je postzegels van brieven afweken. Dan moest het ook wel lukken om er een envelop mee open te maken.
Maar om stoom te maken, moest hij naar de keuken. En in de keuken was zijn moeder bezig met eten koken.


(Even tussen haakjes: Ik ben het er helemaal niet mee eens, maar bijna alle kinderen die hebben ge-e-mailed zijn er zeker van dat Mart de envelop gewoon openscheurt. Ik vraag me af: hebben die kinderen geen gevoel meer voor wat mag en wat niet mag?
Maar vooruit, ze krijgen hun zin...)


Zonder er verder bij na te denken, rukte Mart de envelop open. Er kwam een brief uit. Het was een handgeschreven brief. Mart begon hardop te lezen:
'Beste meneer de Architect,
Ik vind u een gemenerik. Eerst hebt u de burgemeester wijs gemaakt dat er een nieuw stadhuis moest komen. Ik begrijp het wel, aan een nieuw stadhuis kunt u een boel geld verdienen.
Maar waarom zo'n haast?
Op de plaats waar het nieuwe stadhuis gebouwd gaat worden, stond vroeger een oud kasteel. Geef ons alstublieft de tijd. Ik kan u verzekeren dat er in de bouwput van alles te vinden is. Meer kan ik u niet vertellen. Want u bent vast zo iemand die niet gelooft in het vergeten eiland voor onze kust.
Hoogachtend,
Iemand uit dit stadje aan zee.

Mart vouwde de brief weer op.
Wat moest hij doen?
Zonder precies te weten waarom, trok hij de lade open van zijn moeders bureautje. Hij rommelde tussen de spulletjes en vond iets wat hij goed gebruiken kon: een envelop.
Hij legde de twee enveloppen naast elkaar, schreef het adres van de paarse envelop over en plakte hem dicht.




Mart haastte zich naar beneden. Deze brief moest op de bus worden gedaan. Of nee, er zat geen postzegel op. Hij kon hem beter zelf gaan bezorgen bij het kantoor van de architect.
En daarna zou hij een kijkje gaan nemen bij de bouwput. Wat zou daar te vinden zijn?


(Tot zover lijkt het allemaal nog redelijk goed af te lopen. Maar volgens mij heeft Mart iets over het hoofd gezien. Weet jij wat?)