'Dat weet ik,' zegt Mart.
'Ik kan u helpen om het open te maken.'
De mond van de vrouw valt open van verbazing.
'Ik heb de sleutel gevonden,' legt Mart uit.
Voor het stadhuis geeft de vrouw een korte ruk aan Marts schouder.
'Hier moeten we zijn, Mart,' zegt ze. 'De burgemeester heeft het kistje
in beslag genomen. Hij zegt dat alles wat er in de bouwput gevonden wordt,
eigendom is van de gemeente. Ik zou de burgemeester wel eens een lesje
willen leren.'
'Ik ga met u mee,' zegt Mart. Hij legt zijn hand op zijn broekzak. Hij
heeft de sleutel bij zich.
'Zwartje, braaf,' zegt de vrouw. Ze bindt haar paard met de teugel aan
het hek van de bordestrap.
Samen lopen ze de trap op. Zonder zich te melden bij de bode, stapt de
vrouw de burgemeesterskamer binnen. Mart volgt haar op de voet.
Middenin de kamer staat een groot bureau. Achter het bureau zit de burgemeester
ingespannen naar een computerscherm te turen. Als hij de twee onaangekondigde
gasten ziet, schrikt hij op.
'Heeft u een afspraak?' roept hij geërgerd.
De vrouw begint een warrig verhaal te houden over een manege die ze in
het dorp wil beginnen. Ze geeft Mart een duwtje. Hij begrijpt meteen de
bedoeling. Hij moet op onderzoek uit. Met zijn ogen tast hij de ruimte
af. Aan de wand hangen bouwtekeningen van het nieuwe stadhuis. Op een
tafel staan drankflessen en kistjes met sigaren. Op het bureau staat...
Mart kan zijn ogen niet geloven, op het bureau staat het houten kistje.
Hoe krijgt hij het voor elkaar om het open te krijgen zonder dat de burgemeester
het ziet?
Hoe hij ook probeert de aandacht van de vrouw te trekken, het lukt hem
niet. Ze ruziet maar door met de burgemeester over paarden, maneges en
bouwvergunningen.
Plotseling komt er redding. De stadhuisbode komt de kamer ingestormd.
'Burgemeester, burgemeester, buiten staat een paard de stoep onder te
schijten!'
De burgemeester springt op. 'Meekomen jij,' zegt hij tegen de vrouw. En
samen verdwijnen ze door de deur.