|
1/2
Mart staat voor het huisje van de blinde man. Het
stuk van de schatkaart heeft hij in zijn zak. Hij vindt het maar een raar
idee om ermee aan te kloppen bij iemand die blind is. Maar het moet.
Even tussendoor: ja, het moet echt. Het moet van
alle kinderen die De Kaart in je Hoofd op de voet volgen. Dit is wat zij
schrijven:
"Ik denk dat de blinde man bij hem komt
of dat hij naar de blinde man toegaat." (Marielle Vos, 12 jaar)
"Ik denk dat Mart met het stuk kaart
naar de blinde man moet gaan. Mart kan ook nog een keer naar de bouwput
gaan om te kijken of er nog een stuk ligt. (Mirjam Kroon, 11 jaar)
"Mart gaat naar de blinde man. Maar die
is nergens te vinden. Mart gaat naar het onbekende huisje. Mart belt aan.
Hallo, zegt een man. De man is de blinde man." (Niels Kalma)
"Mart bekijkt de kaart uitvoerig en besluit
naar de blinde man te gaan." (Maria Petersen, 12 jaar)
"Ik denk dat Mart met de blinde man gaat
praten en dat ze samen proberen om met die vreemde vrouw te gaan praten
en ik denk dat het vierde stuk van de kaart bij de kapitein is en ik denk
dat de kapitein gekomen is om de drie stukken van de kaart te vinden."
(Megan Valkenburg, 10 jaar)
Het is wel duidelijk, Mart kan niet anders dan aanbellen.
Zodra hij op het knopje van de bel heeft gedrukt,
klinkt er een korte blaf. Dan hoort hij de stem van de man: Ik kom
eraan.
De deur gaat open en Mart staat oog in oog met de
blinde meneer Bartelsman. Nou ja, niet echt oog in oog, want de man draagt
een bril met zwarte glazen. In zijn uitgestoken hand ligt een stuk van
de kaart.

|