dorpje het_strand
info
mail

1/2

Het is zaterdag. Mart probeert langs zijn moeder het huis uit te glippen. Hij heeft een plan.

‘Wat ga je doen?’

Moeders willen altijd alles weten.

‘O, niks.’

‘Hoe bedoel je: niks?’

‘Eh, in het zand spelen.’

‘Op het strand?’

‘Nee, in de bouwput, je weet wel waar het nieuwe stadhuis moet komen.’

Pff, wat is het moeilijk om de waarheid te versmoezelen. Nu is hij weer veel te eerlijk geweest.

‘Daar mag je toch niet komen? Dat hek staat er niet voor niets omheen. Hoor je me?’

Mart is al weg. Als het niet lukt om smoesjes te verkopen dan kan hij maar beter zorgen dat hij zijn moeder niet kan horen.

Gelukkig is er nog niemand op straat. Behalve de blinde man. Maar die ziet toch niets.

Mart loopt op een holletje naar het bouwterrein. Snel kijkt hij om zich heen en glipt dan door een gat in het gaas naar binnen. Zijn handen jeuken om de bouwput eens flink om te spitten. Wie weet wat er allemaal te vinden is? Had hij maar een schep meegenomen! Hij speurt met zijn ogen het zand af. Hij heeft iets nodig om mee te graven. Dat daar, is dat niet een scherf van een pot?